SIMON MURPHY

46. dirigent. hofkwartier

Australische dirigent in eeuwenoud Europa

 

Simon Murphy groeide op in Australië, maar Europa lonkte altijd. Op dit continent heb je namelijk de historische kathedralen, de herenhuizen en de bistro’s. Het kosmopolitische leven dat je verwacht bij een dirigent (met een passie voor barokmuziek). Op dit moment woont Murphy al zo’n twintig jaar in Den Haag. In zo’n herenhuis. Hij speelt altviool en dirigeert over de hele wereld.

januari 2019   •   Paleis Kneuterdijk, Den Haag
Fotografie: Mark David   •  Tekst: Joeri Gordijn

TOEN

 

“Mijn allereerste herinnering is die aan een buurvrouw in Sydney, een Griekse. We woonden in een havenwijk, een arbeiderswijk, met veel Griekse en Italiaanse mensen, een heel kosmopolitische plek. Die buurvrouw was echt mijn oma geworden. Het was daar zo prachtig: hoe het rook, de olijfolie, bepaalde geuren, die magische aroma, je voelde je gewoon zo welkom daar. Dat was fantastisch. Mijn ouders waren heel streng, ze zijn religieus. Niet op de Zwarte Kousen manier, maar populaire muziek was bijvoorbeeld wel verboden. Dat was echt not done. Populaire muziek was the devil’s work. Maar ja, muziek werd daardoor natuurlijk nog interessanter. Wat niet mag is leuker.”

 

“Als ik er op terugkijk, was hun hele verhaal niet zo consequent. Mijn vader was wetenschapper en hij was gespecialiseerd in jazz. Dus dan denk je meteen: vanaf welke tijd is muziek dan niet meer goed? Moet het van voor 1950 zijn? Bebop vonden mijn ouders bijvoorbeeld prima, maar Elvis Presley niet. Dat conservatieve van mijn ouders kwam vanuit hun families, dat werd hen ook maar opgelegd. Ze zouden nooit toegeven of ze dat intern zelf echt vonden. Dat was niet de bedoeling. Wat ik wel waardeer aan mijn opvoeding is dat ik een gevoel voor kwaliteit heb meegekregen, dat heb ik van jongs af aan geleerd. Ook heb ik door mijn ouders goed geleerd wat hard werken is, vooral tijdens het viool spelen. Dat werd echt met de paplepel ingegoten. Muziek was voor mij altijd een veilige plek. Een plek waar ik mijzelf kon zijn en waar ik gewoon mijn ding kon doen.”


“Toen ik tien of elf was ben ik verhuisd naar een grijze suburb, met van die eindeloze rijen met dezelfde huizen. Ik vond dat vreselijk, want de buurt waar ik voor die tijd woonde was geweldig en heel kleurrijk. Ik ging toen ook naar een andere school. Daar moest ik mij natuurlijk opnieuw voorstellen, een nieuwe start maken. Ik dacht toen: ‘Ga ik nu niemand vertellen dat ik muziek maak, dat ik viool speel of doe ik gewoon alsof ik rugby speel? Net als iedereen?’ Maar ik dacht van nee, dit is eigenlijk al een te groot onderdeel van wie ik ben en wat ik doe. Dit is gewoon wie ik ben.”

“Populaire muziek was the devil’s work” 

“Op mijn veertiende heb ik een Chinese jongen, Andrew Chau, leren kennen. Hij speelde ook viool en ik zag wat hij deed met zijn techniek en het was zó fantastisch. Ik dacht toen, hij is natuurlijk Chinees, zijn ouders zijn waarschijnlijk ook van: oefenen, oefenen, oefenen. Ik vroeg: ‘Wie is jouw leraar?’ Ik wil dat ook. Dat was een gelukstreffer, maar ook een gut-feeling. Die leraar heeft mij een super boost gegeven qua techniek. Qua intensiteit maar ook wat betreft kwaliteit: altijd voor het absolute maximum gaan. Voor mijn ouders werd het toen een beetje het genie in the bottle-verhaal. Ze hebben het heel lang gepusht, en toen op een bepaald moment ging ik in mega turbo. Op dat punt was het juist: ‘Oh please, doe een beetje mínder enthousiast.’”

 

“Er zijn muziekstukken die voor mij heel belangrijk waren, stukken die ik grijs gedraaid heb. Händel met zijn 'Water Music' was mijn allereerste cd. Ik was helemaal weg van de klank van de oude instrumenten en dat repertoire. Je hoort gewoon de kleppen, de ruis van het fysieke aspect van muziek maken. Op de middelbare school zat ik in een soort vooropleiding voor het conservatorium. Ik ging voor de les naar de conservatoriumbibliotheek en daar bladerde ik door alle boeken en de cd’s. Ik fantaseerde dan over Europa, waar natuurlijk al die muziek vandaan kwam.”

 

“Wat ik nu doe, is eigenlijk precies wat ik deed toen ik een jaar of dertien, veertien was. Ik ging naar de bibliotheek, vond muziek, en dacht: ‘dat is interessant.’ Dan leende ik die stukken en tijdens de lunchpauze regelde ik dat mijn vrienden bij elkaar kwamen om voor hun de repetities te leiden. We keken welk stuk we gingen oefenen en voerden dat vervolgens uit tijdens de schoolconcerten. Dat is precies wat ik nu nog steeds doe, maar dan meer internationaal.”

 

“Ik zat in twee jeugdorkesten en heb uiteindelijk auditie gedaan voor een symfonieorkest. Dankzij de leraar van Andrew Chau was mijn spel echt vele malen beter geworden. Daarna ging ik naar de universiteit. University of Sydney Daar was een betere collectie oude instrumenten die ik kon lenen en daarnaast wilde ik ook gewoon een echte educatie hebben. Niet alleen toonladders leren, maar ook kunstgeschiedenis. Ik deed in Australië dus een dubbele opleiding, een praktische en een wetenschappelijke.“

 

“Toen was het wel duidelijk, ik wilde na mijn studie naar Europa. Tegelijkertijd zag ik ook de braindrain in Australië. Iedereen ging gewoon weg. Ik worstelde er mee. Ik heb heel erg mijn best gedaan om daar dingen te doen: nieuwe initiatieven opzetten, nieuwe concerten bedenken. Dat was vooral de eerste jaren dat ik op de universiteit zat en dus ook net heel veel professioneel werk deed. Dat was ook direct mijn ontmoeting met de echte wereld. Ik was gechoqueerd over hoe negatief en bitter veel muzikanten waren die ik ontmoette. Een nare sfeer. Toen dacht ik: ‘dit is geen succesrecept en ik wil niet zo’n persoon worden over twintig jaar.’”

 

“Toen ben ik er voor een zomer uitgestapt. Ik wist dat muziek mijn ding was: muziek is wie ik ben. Maar niét op die manier, want ik was gewoon totaal niet blij. Ik dacht: ‘ik stap óf in het vliegtuig, óf ik moet naar het gekkenhuis, want dit gaat niet goed.’ In Australië was de scene gewoon niet groot genoeg. Er miste een echt centrum zoals hier, met grote muziekfestivals en enorme, gespecialiseerde orkesten. Ik was heel gepassioneerd en ik had een grote drive om die muziek te maken, vooral oude muziek. Dat is waar ik goed in ben en dat wil ik ook bijdragen aan de wereld.“

 

“Dus heb ik uiteindelijk toch mijn post-graduation gedaan in Europa, in Nederland. In Nederland had je toentertijd meerdere conservatoria op wereldniveau. Je had verschillende leraren in verschillende stijlen door het land, daar ging je dan je plek proberen te vinden. Zo van: deze leraar is een match voor mij in Groningen en deze in Rotterdam. In Utrecht zat toevallig een lerares waar ik een uitstekende klik mee had. ‘Dit is super,’ dacht ik. Daarnaast deed ik veel workshops en masterclasses hier in Den Haag, waar ik ook woonde.”

 

“Uiteindelijk heb ik dat wat ik zocht absoluut gevonden in Den Haag. Je hebt als je jong bent een idee over hoe je leven zal zijn. Ik dacht: ‘Ik ga naar Europa. Daar is alles heel stijlvol, alle mensen zijn stijlvol. Je doet repetities en luncht daarna in een brasserie. Je woont er in een herenhuis met uitzicht over een vijftiende-eeuws plein met daaraan een kathedraal. Het wordt fantastisch.’

 

“En dan kom je hier in je studentenkamer en denk je: ‘oké, misschien volgend jaar.’ Inmiddels - tweeëntwintig jaar later - is eerlijk gezegd een heel groot deel van mijn dromen uitgekomen.”

“‘ik stap óf in het vliegtuig, Óf ik moet naar het gekkenhuis, want dit gaat niet goed,,

NU

 

“Er is geen typische dag in mijn bestaan. De meeste tijd en energie steek ik in voorbereidingen. Dus ik ben aan het studeren, of aan het nadenken, of – als het heel spannend is – ben ik in een prachtig historisch archief ergens in Duitsland bezig met een hofcollectie. Een programma samenstellen, dingen terug te vinden met dat oude papier: prachtig.”

 

“De afgelopen weken was ik druk met drie grote projecten. Eén daarvan is een tournee door Zuidoost-Azië aan het eind van het jaar. Ik ben vooral bezig met organisatie-dingen, zoals zorgen dat de visa's goed geregeld zijn. Dat is heel veel werk. Zo’n tournee is organisatorisch maar ook logistiek een hele uitdaging. Het tweede project is de volgende cd: JET SET!. We zijn momenteel bezig met de editing en mix, maar ook met de selectie van de foto’s en de video’s. Dat is elke keer meer werk dan je denkt. ‘Simon, wie zullen we dit laten doen? Simon, wat wil je hier mee doen? Simon, wat moet er met deze tekst gebeuren?’”

 

“Het laatste project wordt een onderdeel van een volgende nieuwe cd. Dat is weer 'The Water Music', Eigenlijk dus de cyclus van mijn leven. Het is voor mij een heel persoonlijk project. We hebben heel veel onderzoek – praktisch en wetenschappelijk – gedaan naar een inspirator van hem: Arcangelo Corelli. Dat was voor een van de eerste cd’s die we hebben gemaakt. We hebben dat gedaan met het oorspronkelijke instrumentarium en speelstijl van Corelli zelf. Dan krijg je een hele andere rijkheid, super barok. Dat klinkt extreem anders. Dat is iets dat we nu willen vertalen naar Händel, want Händel heeft met hem samengespeeld in Rome.”

 

“Dit alles is onderdeel van een groter project, dat heet 'Garden of Eden'. Want 'The Water Music' gaat niet over water. In het stuk zitten heel veel internationale, regionale en pastorale elementen. Dus je krijgt allerlei dansen en muziek uit verschillende regio’s in Europa. Het is een viering van de veelzijdigheid van cultuur, natuur en wat de mens daarmee doet. We willen met dit project de verbondenheid van de mensen en de aarde tonen – vooral met oog op de nodige actie tegen klimaatveranderingen – en eigenlijk zeggen: ‘come on, this needs to happen.’ Op een inspirerende manier.”

 

“'The Water Music' is één van de laatste grote orkeststukken die geschreven werd 

vóór de industriële revolutie. Toen de mens nog verbondenheid had met de natuur; en dat op een heel tastbare schaal. In dat stuk zitten heel veel inspirerende dingen. Als we daarmee terug kunnen kijken is dat natuurlijk prachtig. Zo van: zo kan het ook. Maar hoe kunnen we dat realiseren? Ik wil heel graag een paar ambassadeurs vinden uit verschillende hoeken – politiek en wetenschap – waarmee ik dat project gewicht kan geven.”

 

“Ik voel een plicht om het beste te doen met mijn talent, met al die uren en moeite die mijn leraren erin hebben gestopt, en dat wil ik overdragen aan de wereld. Dat werkt voor mij heel productief en inspirerend. Ik wil iets doorgeven dat de wereld goed doet, het beste wat ik te bieden heb.”

come on, this needs to happen. Op een inspirerende manier ,,

STRAKS

 

 

“Mijn dochters maken ook muziek: klassieke muziek. Ze spelen allebei viool. Ze zijn super geïnteresseerd in kunst en dingen maken. Ik deel dingen op dat gebied heel graag met ze. Ik vind dat wonderlijk en fantastisch. Ik heb eigenlijk mijn kindertijd een beetje gemist, op veel facetten. Voor mij is dit een fantastische kans om die tijd opnieuw te kunnen ervaren via hen.”

“Of ik mijn dochters op zou voeden op de manier waarop mijn ouders mij opgevoed hebben? Deels wel, deels niet. Hoe ik werd opgevoed was heel verticaal: heel erg samengedrukt. Zo van: ‘dit is het.’ Het enige wat je daarmee kan doen is er uit proberen te komen. Wat ik probeer met mijn dochters is juist heel veel breedte en ruimte geven: ze kunnen gewoon hun ding doen. De grenzen zijn wel hard, duidelijk en helder. Ik denk dat het grootste verschil met mijn opvoeding is, dat ik mijn dochters heel vaak vertel dat ik van ze houd en dat ik trots op ze ben. Ik hoorde dat niet zo vaak.”

 

“Ik had een soort vrede met mezelf toen ik wegging uit Australië, omdat ik meer kon doen voor de wereld als ik hier in Europa zou wonen. Ik kon en kan laten zien dat we wél meetellen en bijdragen aan de wereld. Ik wil Australië ook graag wat blijven teruggeven. Ideaal gezien zou ik een paar keer per jaar teruggaan en een project doen met een orkest daar. Ik vind het ook belangrijk dat ik hier – een beetje zoals Cate Blanchett dat zo goed doet – mensen bewust maak van het feit dat er Australiërs zijn die goed bezig zijn. Ik vind het belangrijk dat we zichtbaar zijn.”

 

“Mijn jongste is vier. Zij moet haar school afmaken, dus over veertien jaar ben ik hier nog steeds. Ik vind het fantastisch om hier te wonen. Ik werk vrij internationaal en reis veel, maar elke keer als ik terug kom denk ik: ik heb toch een beetje dat achttiende eeuwse gevonden. Want zeg nou eerlijk: als er in Den Haag geen eeuwenoude kathedraal in je straat staat, staat er wel eentje om de hoek."



 
Copied!